Jantje zit op de wc en roept: mama kom mijn gat is afvegen?
mama: Jantje, foei, je moet 'poep' zeggen in plaats van gat.
even later..
Jantje: mama, er zit een poep in de muur!
Jantje moppen
Jantje is de brutaalste bengel uit het moppenland. Hij heeft altijd een antwoord klaar, tot grote wanhoop van zijn ouders en de juf.
Op school vraagt de juffrouw wie van de kinderen er 'n mooi gezegde of rijmpje kan opzeggen. Pol steekt zijn vinger op en mag het zeggen: "Eigen haard is goud waard." "Heel goed," zegt de juf. Marietje weet er ook 1: "Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens." "Prima Marietje." Dan steekt Jantje zijn hand op: "Juf ik weet een rijmpie: Mijn zuster Ruth,stond in de put,en het water reikte tot haar knieen." "Maar Jantje," zegt juf, "dat laatste rijmt toch niet?" Zegt Jantje: "Ken ik er wat aan doen dat het water niet hoger stond?"
Jantje: "Papa ik ga trouwen."
Papa: "O, met wie?"
Jantje: "Met oma."
Papa: "Maar dat kan toch niet! Oma is mijn moeder."
Jantje: "Nou zeg, jij bent toch ook met mijn moeder getrouwd."
Schoolsecretaresse: "Genoteerd hoor. Jantje kan niet op school zijn wegens buikgriep. Wie kan ik zeggen dat er gebeld heeft?" "Mijn vader natuurlijk!"
Jantje zit langs de gracht heel hard te huilen.
Komt er een bezorgde mevrouw naar Jantje toe en zegt: "Stil maar, stil maar, wat is er gebeurd?"
Jantje zegt: "Mijn moeder heeft allebei de katjes in de gracht verzopen!"
"Oooh! wat gemeen!", zegt de mevrouw.
"Ja", zegt Jantje, "Ze had nog zo beloofd dat ik het mocht doen!"
Jantje staat op school in de toiletten naast zijn onderwijzer. Nadat ze geplast hebben wil Jantje weggaan, maar de onderwijzer roept hem terug: "Hebben je ouders je niet geleerd je handen te wassen na het plassen?" "Nee hoor," antwoordt Jantje, "ze hebben me meteen geleerd niet op mijn handen te plassen."
Jantje: 'Vader, ik moest op school blijven.'
Vader (boos): 'Hoe kwam dat nu weer?'
Jantje: 'Ik wist niet waar de Dolomieten lagen, vader.'
Vader: 'Ik heb je al zo vaak gezegd, dat je je spullen beter op moest ruimen.'
Vader, moeder en Jantje hebben duur gedineerd in een sjiek sterrenrestaurant. Er blijft nogal wat over van het eten. De vader wenkt de ober en vraagt: kunt U de restjes in een zakje doen voor de hond? "Hoi, hoi, hoi!", roept kleine Jantje, "we krijgen een hondje!"
'Wat ben jij vroeg thuis!' zegt moeder tegen Jantje.
'Inderdaad,' zegt Jantje, 'Ik werd naar huis gestuurd omdat de jongen die naast mij zat rookte.'
'Wat krijgen we nou?' stuift de moeder boos op,'moest JIJ naar huis omdat HIJ rookte?'
'Ja', zegt Jantje,' maar ik had hem in de brand gestoken.'
Juf: "Jantje, als ik zeg 'ik ben mooi', welke tijd is dat dan?"
Jantje: "Verleden tijd, juf."
Juf: "Jantje, noem eens vijf dieren die in Afrika leven."
Jantje: "Twee leeuwen en drie olifanten!"
Jantje: "Papa, kan jij in het donker schrijven?"
Papa: "Ik denk het wel."
Jantje: "Fijn, dan doe ik het licht uit. Kan je even mijn rapport tekenen?"
Juf: "Jantje, waarom kom je zo laat?"
Jantje: "Er stond een bord langs de weg: 'School, langzaam rijden'."
Juf: "Jantje, wat is de helft van acht?"
Jantje: "Horizontaal of verticaal, juf?"
Juf: "Hoe bedoel je?"
Jantje: "Horizontaal is het nul, verticaal is het drie."
Jantje: "Opa, kan jij je ogen dichtdoen?"
Opa: "Natuurlijk, jongen. Waarom?"
Jantje: "Mama zei: als opa zijn ogen dichtdoet, gaan we eindelijk op wereldreis."
Meester: "Jantje, je hebt vijf euro en je vraagt je papa nog vijf euro. Hoeveel heb je dan?"
Jantje: "Vijf euro, meester."
Meester: "Jij kent je rekensommen niet!"
Jantje: "En u kent mijn papa niet."
Jantje: "Mama, mag ik tien euro voor een oude man?"
Mama: "Wat lief van jou! Waar is die man?"
Jantje: "Daar, aan de kar. Hij verkoopt ijsjes."
Juf: "Jantje, je opstel over je hond is woord voor woord hetzelfde als dat van je broer."
Jantje: "Ja juf, het is ook dezelfde hond."
Juf: "Jantje, waarom is je opstel over melk maar één zin lang?"
Jantje: "Het ging over gecondenseerde melk, juf."
Mama: "Jantje, waarom zit je te huilen?"
Jantje: "Mijn nieuwe schoenen doen pijn."
Mama: "Logisch, je hebt ze aan de verkeerde voeten."
Jantje: "Maar mama, ik heb geen andere voeten!"
Juf: "Jantje, noem eens iets belangrijks dat er vijftig jaar geleden nog niet was."
Jantje: "Ik!"
Meester: "Jantje, waarom heb je bij elke vraag op je toets 'God weet het' geschreven?"
Jantje: "Omdat ik het zelf niet wist, meester."
Meester: "Goed. Dan krijgt God een 10 en jij een 0."
Meester: "Jantje, wat is het meervoud van 'kind'?"
Jantje: "Een tweeling!"
Jantje komt thuis na zijn eerste schooldag: "Ik ga morgen niet meer."
Mama: "Waarom niet?"
Jantje: "Ik kan nog niet lezen, ik kan nog niet schrijven en ze laten me niet praten."
Juf: "Jantje, als je drie appels hebt en je eet er twee op, wat heb je dan?"
Jantje: "Buikpijn, juf."
Jantje: "Opa, hoe oud ben jij eigenlijk?"
Opa: "Dat weet ik niet meer, jongen."
Jantje: "Kijk dan eens in je onderbroek. In de mijne staat: 4 tot 6 jaar."
Mama: "Jantje, heb je de vis vers water gegeven?"
Jantje: "Nee mama, hij heeft het oude nog niet op."
Jantje in de dierentuin: "Mama, waarom heeft die giraf zo'n lange nek?"
Mama: "Omdat zijn hoofd zo ver van zijn lijf zit, schat."
Jantje: "Papa, ik heb vandaag twee euro bespaard! Ik ben achter de bus gelopen in plaats van erop te stappen."
Papa: "Domme jongen. Als je achter een taxi was gelopen, had je twintig euro bespaard."
Juf: "Jantje, waarom heb je je huiswerk niet gemaakt?"
Jantje: "Mijn papa was gisteren te moe, juf."
Juf: "Wie kan mij zeggen wat een vulkaan is?"
Jantje: "Een berg met de hik, juf!"
Jantje: "Mama, mag ik buiten gaan spelen?"
Mama: "Met die gaten in je broek?"
Jantje: "Nee mama, met de kinderen van de buren."
Juf: "Jantje, waarom staat je naam niet op je toets?"
Jantje: "Ik wou niet dat u wist wie hem zo slecht gemaakt had, juf."
Jantje: "Papa, kan je iemand straffen voor iets wat hij niet gedaan heeft?"
Papa: "Natuurlijk niet."
Jantje: "Fijn. Ik heb mijn huiswerk niet gemaakt."
Jantje: "Mama, vandaag heb ik een oude dame geholpen om over te steken."
Mama: "Wat flink van je! Was dat moeilijk?"
Jantje: "Ja, ze wilde niet."
Papa leest de brief van de juf: "Jantje is heel slim, maar hij praat te veel."
Papa: "Zijn verstand heeft hij van mij, hoor."
Mama: "Dat klopt. Ik heb het mijne nog."
Juf: "Jantje, maak eens een zin met 'ik'."
Jantje: "Ik is..."
Juf: "Nee Jantje, het is 'ik ben'."
Jantje: "Goed juf. Ik ben de negende letter van het alfabet."
Juf: "Jantje, als ik in mijn ene hand zeven appels heb en in mijn andere hand acht, wat heb ik dan?"
Jantje: "Heel grote handen, juf."
Jantje mag zijn nieuwe broertje bekijken in het ziekenhuis.
"Mama, hij is kaal, hij heeft geen tanden en hij kan niet lopen."
"Ja schat, dat is normaal."
"Hebben ze ons een tweedehandse gegeven?"
Mama: "Jantje, elke keer dat jij stout bent, krijg ik er een grijze haar bij."
Jantje: "Dan moet jij vroeger héél stout geweest zijn. Kijk maar naar oma."
Niets gevonden. Probeer een ander woord, of zoek op de hele site.