Westvlaams voor beginners

Gif moar buzze! Een woordenboekje voor wie de West-Vlamingen eindelijk wil verstaan. Zoek gerust een woord op met het zoekvak hieronder.

94 woorden
#1

Affeceern = goaze geevn

#2

Andjoen = ajuin

#3

Antertn = vertrekken

#4

Antidns / Tielik = vroeg

#5

Oakre = zie Seule

#6

Ballasoewere, Juttekakokuhr, Renne = schommel

#7

Bollekette = een king-size knikker

#8

Buzze geevn = goaze geevn

#9

Camelot = goedkoop en duurkoop

#10

Cornisje = dakgoot

#11

Deur = door

#12

Deure = deur

#13

Dilt = "zolder" boven stallen, dient op hooi/stro te stockeren

#14

Gestekakker = dikkenekke

#15

Ertefretter = een zeurkous

#16

Ersatz = vervangmiddel van mindere kwaliteit

#17

Fikke = een gebrekkig mens

#18

Flusj = vangtros

#19

Flutse = misser

#20

Frottn = flemen

#21

Furnint = ongedierte (bij insecten)

#22

Gerre = een gat, kier bv. de deure stoat up e gerre

#23

Gesoere = vrouwspersoon dat meestal in de struiken gevonden wordt

#24

Gesgjeete = vrouw met de intelligentie van de gesoere maar met minder succes bij de mannen

#25

Gjil die santeboetik = heel dat zaakske

#26

In kweiste zin = Ruzie maken

#27

t Ipperste = de zolder

#28

Jeunn = zich amuseren

#29

Kariot = oud vehikel

#30

Kissak = vettigaard

#31

Kluntn = onhandig mens

#32

Klutters / Kluttergel = kleingeld

#33

Kontroarie = integendeel, tegendraads

#34

Kolisheklutser = nietsnut met grote mond

#35

Kortwoagn = kruiwagen

#36

Krudekoeke/zoetekoeke/pennepisse = peperkoek

#37

Kwihstje/kwitzonders = Ik ben benieuwd

#38

Lattestwoors = rolluiken

#39

Lettre = weinig

#40

Lochtink = moestuin

#41

Lutte geevn = goaze geevn

#42

Marbels/Marbeln = knikkers/met knikkers spelen

#43

Meuze = mug

#44

Meuzel = boodschappentas/zak

#45

Miern zjihkn = zeveren

#46

Mullepihre/mot = klap in t gezicht (muilpeer)

#47

Oalkartjil = beerkar

#48

Pallulle = Pannenkoek

#49

Pallullewuppre = Drogegrappenmaker

#50

Pekker = iemand die op cafe blijft hangen

#51

Pernikkel = klein, onbeduidend mannetje

#52

Pertank = nochtans

#53

Pille = batterijtje

#54

Frutnier = wesp

#55

Preus/Preus lik tvjirtih = trots/ enorm trots zijn

#56

Puppegoale/Bakwoagn = kruiwagen

#57

Passensjuh = geduld

#58

Jen Puste skeurn = geniepig vertrekken

#59

Rutte = venster

#60

Rulle = meikever

#61

Sarze/Soaze = deken

#62

Sk(e)uttels, de sk(e)uttels doen = de vaat doen

#63

Skufln = fluiten, ook vogelzang

#64

Skuflette = fluitje

#65

Skurdug/Skurdugoard = roekeloos, roekeloos persoon

#66

Skuw = gevaarlijk/geweldig (let op het verschil in betekenis)

#67

Seule = emmer

#68

Sjette = wol

#69

Sjette geevn = Buzze geevn

#70

Slunse = vod/vrouw met lichte zeden -cfr. den tring en den tram zin derover gewist

#71

Sloare = sloor, arme vrouw

#72

Smihrlaprie = goederen van bedenkelijke kwaliteit

#73

Smuk [Smukk'n] = motregen [motregenen]

#74

Stoffoasje = materiaal

#75

Sturtn = morsen

#76

Stuttn = boterhammen

#77

Stuteskoajer = boterhammenbedelaar

#78

Tefihte = direct

#79

Tettink = regenworm

#80

Tjihle = Teil

#81

Jattetoet = jazeker

#82

Trunte = treuzelaar

#83

Ulle = deksel

#84

Ullewuppre = kroontjeswipper, flesopener

#85

Van twihstn = Dwars

#86

Verzekers = waarschijnlijk

#87

Veugl, veugln = vogel, ook figuurlijk, vandaar het werkwoord

#88

Vlerke = vleugel

#89

Vrommins = vrouw

#90

Vulleege = onhygienische vrouw

#91

Wietn = onnozelaar

#92

Wikkeln / Roern = bewegen

#93

Wuf = vrouw, geen negatieve connotatie

#94

Zjihmtette = slijmbal, zagevent

Nog meer lachen?