Er was eens een man uit Lissen,
Die stond aan de slootkant te pissen.
Maar toen kwam er een snoek,
Die dook in zijn broek.
En nu moet hij zijn dingetje missen!
Limericks
Vijf regels, een rijmschema en een staart die venijnig uithaalt.
Er was eens een bakker uit Lier,
die bakte zijn broden met bier.
De klanten, heel blij,
kochten twaalf op een rij,
en waggelden thuis rond half vier.
Een visser uit Nieuwpoort aan zee
nam steeds zijn schoonmoeder mee.
Ze kletste zo luid
dat de vis vluchtte, vooruit:
nu vist hij alleen, en tevree.
Een man uit het stadje Geel
at friet, en dan nog eens zoveel.
De dokter riep: "Ho!"
Hij zei: "Kalm maar, zo:
er lag sla op, dat telt toch voor een deel?"
Een slager uit Sint-Niklaas
was op zijn worsten wat dwaas.
Hij gaf ze een naam,
hing hun foto aan 't raam,
en verkocht er geen enkele, helaas.
Een kapper uit Hasselt, heel kwiek,
knipte altijd op luide muziek.
Toen speelde er hardrock,
en, wat een schok:
nu is half Hasselt een kale kliek.
Een oma uit Zele, heel snel,
breide sjaals voor de hele kapel.
Ze breide zoveel,
in het rood, groen en geel,
dat nu zelfs de klok er één draagt, en de bel.
Een tuinman uit Tienen, heel fijn,
gaf zijn rozen elke avond wat wijn.
Ze bloeiden niet meer,
maar zongen telkens weer
tot vier uur, met de tulpen, op het plein.
Een zanger uit Lokeren, heel luid,
blèrde elke morgen zijn longen eruit.
De haan van de buren
kon het niet verduren
en vroeg bij de vakbond een stakingsbesluit.
Een slak uit Ninove zei: "Vlug!"
en vertrok naar de markt, over de brug.
Na een jaar en een dag
zei ze, toen ze de markt zag:
"Gesloten? Allez, dan maar terug."
Niets gevonden. Probeer een ander woord, of zoek op de hele site.